Altiplano, Laguna Miscanti

16 juli 2009

Het wordt een vrij lange dag vandaag. We worden om 8 uur bij ons hotel opgehaald, en we rijden dan meer dan 100 km naar het zuiden om verschillende dorpjes te zien, en twee laguna’s hoog in de bergen. Om 17h30 komen we terug, ... tenminste dat was de bedoeling.

Lama's op onze weg naar de Salar

We begonnen bij Toconao, een klein “pitoresk” dorpje—zoals het omschreven staat. De hoofd attractie, en eigenlijk ook de enige attractie, is het kerkje en de klokkentoren. Onze chauffeur heet Luis, en hij is mogelijk een grotere attractie dan Toconao. Bij het binnen rijden van Toconao wuift Luis links en rechts naar inwoners, en geeft een langslopende vrouw een enorme vliegende kus, die met een grote lach in ontvangst wordt genomen. En terwijl wij, gewoonte getrouw, een boel foto’s maken, springt Luis clownesk rond terwijl hij met wat dames praat. Het kerkje is op zich een mooi kerkje, maar lijk qua bouw erg op het kerkje in San Pedro de Atacama. Na ongeveer 20 minuten stappen we weer het busje in.

Klokkentoren in Toconao

Een korte rit bracht ons bij de Salar de Atacama, de zoutpan van Atacama. De zoutpan is ongeveer 100 tot 145 miljoen jaar geleden onstaan, toen zoute grond uit vulkanen in de Andes werd gespuwd en door regen naar beneden werden gespoeld. Met een oppervlak van 3000 vierkante kilometer, is het de op twee na grootste zoutvlakte in de wereld, na Salt Lake bij Salt Lake City in de VS en Salar de Uyuni in Bolivia (waar ook uitstapjes vanuit San Pedro naar toe gaan, maar het is wat ver). Na een korte uitleg lopen we over de Salar. Hoewel het voelt alsof je over zoute grond loopt, is het in werkelijkheid een laag zout van 1 tot 500 meter dik boven op een groot meer. Tenminste dat werd ons verteld. Op verschillende plaatsen ligt er een laag water op de zoutlaag. Hier zien we flamingo’s: de Chileense flamingo, de Andes flamingo, en James’ flamingo. Fantastisch om deze dieren een keer in hun natuurlijke habitat te zien.

Een flamingo vliegt over ons heen in de Salar
Een korte wandeling over de Salar

Op weg naar de twee lagunas stoppen we even in Solcaire om onze lunch te reserveren—later komen we wel weer terug om het dorpje te bekijken. We schieten er vandoor, om snel bij de Lagunas Miscanti en Miñiques aan te komen. We klimmen hoger en hoger, en de wegen zigzaggen door het landschap dat van zout-wit naar aarde-bruin en dan naar sneeuw-wit veranderd. Het is prachtig. De gele grashalmen steken in haaste geometrische patronen uit de grond, en worden ingepakt in een enkel-hoge laag sneeuw. Op de achtergrond zien de de bergen, omgeven met een sluier wolken, die almaar donkerder wordt.

Besneeuwde wegen op de Altiplano

Nu zijn ook de wegen besneeuwd, maar dat weerhoudt de buschaffeur er niet van om met een 100 km/uur door te scheuren; het is een drukke dag, en veel vertraging kunnen we blijkbaar niet gebruiken. Na een uur rijden, komen we bij een splitsing, waar we linksaf slaan. De weg is volledig bedekt met sneeuw, maar wij houden de vaart erin. Na zo’n kilometer rijden komen we tot stilstand, voor ons staat een busje, vergelijkbaar met de onze, vast op een kleine helling. Hoe meer hij probeert uit de sneeuw te komen, hoe gladder de weg wordt, totdat hij zich volledig heeft ingegraven. We kijken het aan voor zo’n tien minuten, en uiteindelijk komt het busje los. Maar het kan niet verder de heuvel op, en moet terug rijden. De chauffeur van dit andere busje is goede vrienden met onze chauffeur, en samen besluiten ze een omweg te nemen naar de Miscanti en Miñiques Lagunas. We rijden de kilometer weer terug, en gaan verder over de besneeuwde vlaktes.

We rijden met een grote bocht om twee grote berg pieken heen, om, zo lijkt het, via de route te rijden die anders als terugweg dient. Na een half uur rijden zijn de wegen tot knie-hoogte bedekt met sneeuw. Het busje voor ons komt weer vast te zitten, maar komt los na zo’n tien minuten. We rijden langzaam verder, soms op de weg, en soms naast de weg, net waar de minste sneeuw ligt. Na zo’n 500 meter graaft het busje voor ons zich weer in de sneeuw, en dit keer duurt het meer dan een half uur om eruit te komen. De chauffeur besluit dat het genoeg is geweest, en hij keert om. Luis keert ook om, maar rijdt nu voor het andere busje uit. Opnieuw met een gevaarlijke vaart. Na 20 minuten zijn we weer terug bij de splitsing waar we de eerste keer hebben geprobeerd de laguna’s te bereiken. Luis slaat weer het weggetje in. Hij weet van geen wijken. We hebben al een vertraging opgelopen van zo’n twee uur.

Vol spanning naderen we de helling waar het andere busje vast kwam te zitten. Luis geeft nog even gas bij, en we stuitteren naar boven. Eerst met een ongeoorloofde snelheid, maar na zo’n 5 meter komen we zo goed als tot een stilstand. De motor giert, en aan alle kanten komen zwarte pluimen onder het busje vandaan. Langzaam, heel langzaam gaan we vooruit. Met een laatste sprongetje, als de banden even grip vinden op de bevroren grond, duikelen we over de top van het heuveltje. Een applaus voor Luis volgt. Voor ons ligt 5 kilometer berg pas vol met sneeuw en alles is bergop. Wanneer dat feit bij iedereen inzinkt, is de euforie snel gedoofd.

De wagen rijdt nu zonder al te veel moeite de volgende 2 kilometer, totdat we bij een het begin van de eigenlijke klim komen. Luis geeft eens goed gas bij, en we beginnen met een mooie vaart aan de klim. Na een 500 meter, is de snelheid eruit. We staan stil. Met wat schokkend gassen, probeert Luis nog grip te vinden, maar we gaan niet meer vooruit. Het busje wordt, terwijl we langzaam achteruit rijden, tegen de aarde wand gereden die de weg aan beide kanten omlijst.

Begin van de tocht door de sneeuw

“De rest gaan we lopen!” roept Luis. Op de vraag hoe ver het dan nog is, zegt hij “1 uur tot anderhalf uur lopen”. Wij kijken nog even naar buiten. Het waait, en de sneeuw op de weg ligt enkel-hoog. De meeste van ons hebben gympen aan; er was geen trekking ingepland. Het is even stil, totdat April zegt, “OK, ik ga.” Ik volg natuurlijk getrouw, en uiteindelijk kiest iedereen—op één na—ervoor om het erop te wagen.

De zon komt door en slaat schaduwen op de besneeuwde hellingen

De klim is prachtig, maar koud. De omgeving is zeer uitgestrekt, bergketens in de verte kleuren donker blauw, tegen het paars aan. De zon komt af en toe door, en kleurt het gras fel geel. De weg is bij tijd en wijlen goed begaanbaar, maar meestal is het geen pretje. Om een beetje grip te houden loop ik in de nog maagdelijke sneeuw langs te kant van de weg; in het midden van de weg is de sneeuw niet ver van ijs, en glijd ik regelmatig uit op mijn profielloze Panama Jacks. Ik heb gelukkig leren schoenen aan, en die houden de smeltende sneeuw goed buiten, anderen lopen op suede schoenen, en zullen wel koude tenen hebben. Maar ik ben te druk bezig met mijn eigen klim om me daar zorgen over te maken. We zijn nog geen volle 4 dagen in San Pedro de Atacama, en we maken al een trekking door de sneeuw op 4000 meter hoogte. De hoofdpijn komt af en toe even langs, als voorbode voor hoogteziekte, maar we slaan ons er toch aardig doorheen. De omgeving is daarbij ook een goede hulp. Na zo’n drie kwartier lopen staan de boven aan de pas. We rusten even uit, en nemen een aantal foto’s alvorens we een honderd meter afdalen naar een klein chaletje. We zijn bij Laguna Miscanti, en achter een richel van de berg die we net bedwongen hebben zien de Laguna Miñiques. De twee laguna's waren lang geleden één meer, maar ze zijn gescheiden door lava van een uitbarsting van de Miñiques vulkaan. We voelen ons echte ontdekkingsreizigers. Het is de enige keer dat we tijdens de verschillende tours die we vanuit San Pedro maken ons alleen voelen, en for all intents and purposes ook alleen zijn. We maken nog wat foto’s en overdenken het idee om door de trekken naar Laguna Miñiques. Het wordt alleen al wat donkerder, en we beslissen om op de rest van de groep te wachten en te kijken wat Luis zegt.

Miscanti laguna
De top van de pas is verrassend genoeg niet volledig besneeuwd

Luis komt na zo’n 15 minuten in zicht en wuift naar ons dat we moeten wachten. Als hij weer 5 minuten later op gehoorafstand is, verteld hij ons dat we niet verder kunnen, en maar terug moeten gaan. We nemen nog wat foto’s en zetten richting naar het busje.

Een van de twee kerken in Solcaire.

De terugrit is een stuk eenvoudiger. Zowel doordat we bergafwaards lopen, en doordat we nu voordurend richting het wijdse landschap kunnen kijken, in plaats van naar een enorm hoge bergtop. Als we in het busje zijn, trek ik mijn schoenen uit en zie dat nu ook mijn schoenen doorweekt zijn. Maar ik heb toch mooi de Andes bedwongen op mijn Panama Jacks. We wachten nog een half uur totdat iedereen terug is in de bus, en dan rijden we zonder al te veel moeite terug naar Solcaire, waar onze lunch wacht (hoewel het nu al 17h00 is).

Solcaire zonsondergang

In Solcaire genieten we van een echte Chileense lunch, en praten we wat bij. Na de lunch krijgen we 10 minuten om nog wat rond te lopen in Solcaire, en kunnen we in de vallende schemering nog wat foto’s maken van de twee kerkjes die het dorpje rijk is. Door de vertragingen van vandaag zit de trip naar Quebrada del Jerez (een soort oase) er niet meer in. Luis probeert het nog goed te maken door een langs de route te rijden die hij normaal ook zou rijden, en bij de vallei halt te houden. Hij dimt de lichten van de auto en als we aan het donker geadapteerd zijn, wijst hij ons een spleet in de aarde waar we anders doorheen gelopen hadden. Het is te laat nu, de zon is al onder.

Na een enerveerdende dag zijn we om rond 20h00 weer terug in San Pedro, met een vertraging van zo’n 3 uur. Maar hoewel we dus niet alles hebben gezien zoals geadverteerd, hebben we juist wel veel meer meegemaakt, en dat is veel meer waard.